ECLI:NL:RBMNE:2025:3055
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verblijfsontzegging voor twee maanden in Utrecht
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 15 april 2025 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijk beroep van eiser tegen een verblijfsontzegging opgelegd door de burgemeester van Utrecht voor een periode van twee maanden in een specifiek gebied in Utrecht.
Eiser betwistte onder meer de toepassing van de onschuldpresumptie, de motivering van de evenredigheid van het besluit en de proportionaliteit van de duur van de verblijfsontzegging. De rechtbank overwoog dat de burgemeester aannemelijk had gemaakt dat eiser artikel 2.29 van de APV had overtreden met betrekking tot middelen uit de Opiumwet, waardoor de verblijfsontzegging bevoegd was opgelegd.
De rechtbank verwierp het beroep op onvoldoende motivering omtrent de faciliteiten die eiser niet kon gebruiken, aangezien toegang tot de advocaat mogelijk bleef zonder het gebied te doorkruisen en alternatieve bushaltes beschikbaar waren. Ook werd geoordeeld dat de duur van twee maanden proportioneel was gelet op het beleid van de burgemeester en de aard van de overtreding.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het verzoek tot terugbetaling van griffierecht afgewezen, en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter Y.N.M. Rijlaarsdam en griffier M.A.W.M. Engels.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verblijfsontzegging van twee maanden.