Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 juni 2025 in de zaken tussen
[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , (hierna: [eiseres] )
de minister van Infrastructuur en Waterstaat, de minister
Fastned B.V., uit Amsterdam (hierna: Fastned)
Rechtbank Midden-Nederland
Fastned kreeg een vergunning voor uitbreiding van haar laadstation met vier laadplekken op verzorgingsplaats Akermaat aan de A9. [eiseres] stelde beroep in tegen deze uitbreiding en tegen de beperkte looptijd van haar eigen vergunning voor vier laadplekken, geldig tot 21 januari 2030.
De rechtbank oordeelt dat de minister de looptijdbeperking van de vergunning redelijk en evenredig heeft gemotiveerd vanuit het algemeen belang van het implementeren van nieuw beleid voor een zero-emissie wagenpark in 2050. De beperking is noodzakelijk om de transitie niet te vertragen en voldoende laadvoorzieningen te waarborgen.
Verder is vastgesteld dat de vergunningverlening niet in strijd is met de Dienstenrichtlijn, het toekomstige beleid, noch met Europese regelgeving zoals AFIR en EPBD III. Ook is geen sprake van een ontoelaatbare voorkeurspositie voor Fastned. De civielrechtelijke concessie van [eiseres] voor het wegrestaurant raakt de publiekrechtelijke vergunningen niet.
De rechtbank concludeert dat de minister binnen zijn beoordelingsruimte heeft gehandeld en verklaart de beroepen ongegrond. [eiseres] krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De beroepen van [eiseres] tegen de vergunninguitbreiding van Fastned en de looptijdbeperking van haar vergunning worden ongegrond verklaard.