ECLI:NL:RBMNE:2025:2088
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarden en afwijzing schadevergoeding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarden van acht onroerende zaken voor het belastingjaar 2023, met waardepeildatum 1 januari 2022. Verweerder handhaafde de WOZ-waarden in het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de vastgestelde waarden niet te hoog zijn.
De rechtbank overwoog dat de WOZ-waarde de marktwaarde vertegenwoordigt, bepaald via de vergelijkingsmethode met referentiewoningen. Verweerder heeft de waardes onderbouwd met taxatiematrices en vergelijkingsobjecten die voldoende vergelijkbaar zijn. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarden niet te hoog zijn vastgesteld, ondanks de door eiser aangevoerde bezwaren over gebruiksoppervlakten, iWOZ-kaarten en vergelijkbaarheid. De rechtbank wees de meeste beroepsgronden af.
Daarnaast verzocht eiser om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat de bezwaar- en beroepsfase samen nog geen drie jaar hebben geduurd en dat de vertraging mede aan het procederen van de gemachtigde van eiser kan worden toegerekend. Daarom werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de WOZ-waarden en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen ruimte voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Beroep tegen WOZ-waarden ongegrond verklaard en verzoek om schadevergoeding afgewezen.