Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2025 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats] , eiseres,
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, vertegenwoordigd door haar bewindvoerder, vroeg om een indicatie voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), specifiek voor zorgprofiel 6VG inclusief behandeling. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat sprake was van een blijvende noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat het CIZ terecht oordeelde dat de blijvendheid van de beperkingen niet eenduidig kon worden vastgesteld, mede op basis van medische adviezen van augustus 2024. Hoewel vaststond dat er een psychische stoornis was en een noodzaak voor 24-uurszorg, ontbrak het aan voldoende bewijs dat deze zorgbehoefte blijvend was. Eiseres leverde onvoldoende medische stukken aan die het advies van de medisch adviseur konden weerleggen.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het CIZ de mogelijkheid tot een hoorzitting correct had aangeboden, maar dat eiseres deze niet had aangevraagd. De rechtbank wees het beroep af, waardoor de afwijzing van de Wlz-aanvraag in stand blijft. Eiseres kan een nieuwe aanvraag indienen indien de situatie verandert.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat eiseres niet in aanmerking komt voor Wlz-zorg wegens onvoldoende vastgestelde blijvendheid van de zorgbehoefte.