Appellant, bekend met een laag gemiddeld intelligentieprofiel en een antisociale persoonlijkheidsstoornis, vroeg op 3 juni 2015 langdurige zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag op 19 juni 2015 af en verklaarde het bezwaar hiertegen op 11 januari 2016 ongegrond, omdat niet was vastgesteld dat appellant een blijvende behoefte had aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn hulpverleners bevestigen dat hij niet leerbaar is en intensieve zorg nodig heeft, onderbouwd met een rapport van psychiater Stolker van september 2016. De Raad beoordeelde dat het geschil draait om de vraag of de behoefte aan 24-uurszorg blijvend is.
De medische adviezen van het CIZ, waaronder het meest recente advies van juni 2017, gingen uit van enige mate van leerbaarheid en de verwachting van verbetering bij adequate ondersteuning. De Raad oordeelde dat deze adviezen zorgvuldig en juist zijn en dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat deze onjuist zijn. Gelet op zijn leeftijd en IQ, en de mogelijkheid tot functionele verbetering, is niet komen vast te staan dat appellant een blijvende behoefte heeft aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.