ECLI:NL:RBMNE:2024:7576
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen inhouding op bijstandsuitkering bevestigd
Eiseres ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet naar de gehuwdennorm omdat zij een gezamenlijke huishouding voert met haar huisgenoot. Verweerder betaalt de bijstandsuitkering maandelijks gesplitst uit aan eiseres en haar huisgenoot. In juli 2023 stuurde verweerder een uitkeringsspecificatie met inhoudingen voor bronheffing en aflossing van een vordering, waartegen eiseres bezwaar maakte.
Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de inhoudingen herhaalde besluiten betreffen waartegen geen bezwaar openstaat. Eiseres stelde dat de inhouding van de aflossing niet als herhaling kon worden gezien omdat zij pas bij de specificatie hierover geïnformeerd werd.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van 7 juni 2023 duidelijk maakte dat de inhouding van de aflossing op de gezamenlijke uitkering plaatsvindt en dat de uitkeringsspecificatie van juli 2023 geen nieuw besluit is. Het recht op bijstand komt gezamenlijk toe en kan niet apart worden vastgesteld of inhoudingen worden toegepast.
Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en is het beroep ongegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard.