Uitspraak
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 14 februari 2024 in de zaak tussen
Stichting Naarder Eng, gevestigd in Naarden, eiseres,
[vergunninghouder] , uit [woonplaats] , Zwitserland,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, in een geval waarin het bestemmingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is (artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo);
- het aanleggen van een weg, voor zover daarvoor tevens een verbod geldt als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, in een geval waarin een gemeentelijke verordening dat vereist (artikel 2.2, eerste lid, onder d, van de Wabo).
ten behoeve vanhet bosgebied moeten zijn. De planregel bepaalt slechts dat deze functies ondergeschikt moeten zijn aan het bosgebied. In het geval van de aanleg van een weg betekent dit dat de weg ondergeschikt moet zijn aan het bosgebied, maar niet dat de weg ten behoeve van dat bosgebied moet zijn. De mogelijkheden tot het aanleggen van wegen zijn dus niet beperkt tot bospaden of wegen ten behoeve van de bosbouw. In dit geval heeft het college tot de conclusie kunnen komen dat de weg, gelet op de omvang daarvan in relatie tot het gehele bosgebied, daaraan inderdaad ondergeschikt is. De beroepsgrond slaagt niet.
De beroepsgrond over Natura 2000
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- draagt het college op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
- stelt het college in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.