ECLI:NL:RBMNE:2024:6656
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwing en onderhoudstoestand
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op € 443.000 en gehandhaafd in bezwaar. In beroep heeft de heffingsambtenaar een lagere waarde van € 411.000 bepleit, terwijl eiser een waarde van € 303.000 aanvoert vanwege de slechte staat van onderhoud.
De rechtbank oordeelt dat de door de heffingsambtenaar overgelegde taxatiematrix met vier referentiewoningen bruikbaar is, maar dat onvoldoende rekening is gehouden met verschillen in onderhoud en voorzieningen. De heffingsambtenaar heeft dit niet onderbouwd, terwijl eiser aannemelijk heeft gemaakt dat de staat van onderhoud slechter is dan bij de referentiewoningen.
Omdat geen van beide partijen slaagt in de bewijslast, stelt de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs vast op € 390.000. Tevens worden de aanslagen onroerendezaakbelastingen en watersysteemheffing dienovereenkomstig verminderd. De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op € 390.000 en de aanslagen worden dienovereenkomstig verminderd.