ECLI:NL:RBMNE:2024:5927
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwstop en last onder dwangsom bij illegale bouwactiviteit onder Omgevingswet
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 16 oktober 2024 uitspraak gedaan over het beroep van verzoekster tegen een bouwstop en last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen. De bouwstop betreft het stilleggen van illegale bouwactiviteiten, namelijk het bouwen van een paardenkraamhotel in afwijking van het geldende bouwvlak en de verleende omgevingsvergunning.
De voorzieningenrechter overweegt dat de bevoegdheid tot het opleggen van een bouwstop voortvloeit uit artikel 18.1 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 125 van Pro de Gemeentewet, en dat een bouwstop een bijzondere vorm van bestuursdwang is. De rechtbank bevestigt de lijn uit de rechtspraak onder de Wabo dat bij een bouwstop geen legaliseringsonderzoek hoeft plaats te vinden, en deze lijn wordt onder de Omgevingswet voortgezet.
Verzoekster erkent de overtreding maar stelt dat er bijzondere omstandigheden zijn om van de bouwstop af te zien, wat de rechtbank niet volgt. De bouwstop en de last onder dwangsom zijn niet onevenredig in verhouding tot de doelen, mede gezien de forse afwijking van de vergunning en de verantwoordelijkheid van verzoekster. Ook het tijdverloop leidt niet tot een ander oordeel. De hoogte van de dwangsom is redelijk en in lijn met het handhavingsbeleid.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de bouwstop en last onder dwangsom gehandhaafd blijven. Tevens wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor griffierecht- of proceskostenvergoeding aan verzoekster.
Uitkomst: Het beroep tegen de bouwstop en last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.