Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die een Europees aanhoudingsbevel had uitgevaardigd en verzoeken van verzoeker niet in behandeling nam. Het verzoek was gebaseerd op vermeende onzorgvuldigheden en het niet horen van verzoeker en een getuige.
De wrakingskamer oordeelde dat rechterlijke beslissingen, zoals het uitvaardigen van een Europees aanhoudingsbevel en procesbeslissingen over het niet verstrekken van informatie of het niet horen van partijen, geen gronden voor wraking kunnen vormen. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel tegen rechterlijke beslissingen.
De motivering van de rechter-commissaris werd beoordeeld en bleek niet onbegrijpelijk of ontoereikend, noch leidde deze tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond voor het wrakingsverzoek.
De wrakingskamer benadrukte dat de toetsing van het Europees aanhoudingsbevel in België plaatsvindt en dat de procesbeslissingen in deze context passend zijn. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.