ECLI:NL:RBMNE:2024:2066
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde kantoorvilla en afwijzing vergoeding immateriële schade
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van een kantoorvilla van €3.531.000 per 1 januari 2020, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld en gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank beoordeelt het beroep op basis van de standpunten tijdens de zitting en concludeert dat de heffingsambtenaar de waarde adequaat heeft onderbouwd met de huurwaardekapitalisatiemethode.
De heffingsambtenaar heeft de brutohuurwaarde en kapitalisatiefactor onderbouwd met vergelijkbare objecten in dezelfde plaats, waarbij de rechtbank de gehanteerde waarden aannemelijk acht. De stellingen van eiser over bereikbaarheid, veroudering en leegstandsrisico worden door de rechtbank verworpen vanwege onvoldoende onderbouwing en tegenbewijs van de heffingsambtenaar.
Verder wijst de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af, mede omdat de handelswijze van de gemachtigde van eiser heeft geleid tot vertraging en de rechtbank een verlenging van de redelijke termijn met een jaar toekent. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van immateriële schade afgewezen.