ECLI:NL:RBMNE:2024:2065
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde kantoorvilla en afwijzing schadevergoeding redelijke termijn
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een kantoorvilla aan een adres in een plaats, vastgesteld op € 2.932.000 per 1 januari 2018. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep behandelde op een online zitting.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde adequaat had onderbouwd met de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij de gehanteerde huurwaarde en kapitalisatiefactor werden getoetst aan vergelijkbare kantoorvilla’s in de omgeving. De door eiser aangevoerde bezwaren, zoals bereikbaarheid, onderscheid in huurwaarde per verdieping, veroudering van het pand en leegstandsrisico, werden niet gevolgd omdat zij onvoldoende waren onderbouwd of reeds in de waardering waren verwerkt.
Daarnaast verzocht eiser om een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank verlengde de redelijke termijn vanwege het procederen van de gemachtigde van eiser, maar concludeerde dat de termijn niet was overschreden en wees het verzoek af.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, zonder toewijzing van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.