ECLI:NL:RBMNE:2024:1934
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling WOZ-waarde niet-woning voor belastingjaar 2022
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een niet-woning voor het belastingjaar 2022, vastgesteld op €404.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2021. Verweerder heeft de waarde onderbouwd met de huurwaardekapitalisatiemethode, gebaseerd op vergelijkbare transacties. De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Eiseres voerde aan dat de referentieobjecten niet vergelijkbaar zijn en dat verweerder niet alle relevante stukken, zoals allonges van huurovereenkomsten, heeft overgelegd. De rechtbank wijst deze gronden af omdat de prijs per m² niet doorslaggevend is voor vergelijkbaarheid en verweerder de gebruikte stukken wel heeft overgelegd.
Daarnaast verzocht eiseres om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt dat vanwege het procesgedrag van de gemachtigde van eiseres en de omvang van zijn procedures een verlengde termijn van drie jaar geldt, die nog niet is overschreden. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
De rechtbank wijst ook het verzoek van verweerder tot proceskostenveroordeling af, omdat er geen sprake is van kennelijk onredelijk procesgedrag. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.