Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 januari 2024 in de zaken tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
[eiser 1] , uit [woonplaats] , eiser
[eiser 2] , uit [woonplaats] , eiser
de korpschef van politie
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Is de tijdelijke tegemoetkoming in strijd met het evenredigheidsbeginsel?
Is de wijze van berekening van de tijdelijke tegemoetkoming onrechtmatig?
Handelt de korpschef in strijd met het vertrouwensbeginsel?
als gevolg daarvaninderdaad een bedrag aan tijdelijke tegemoetkoming is misgelopen. Desgevraagd konden de gemachtigden van [eiser 2] tijdens de zitting ook niet aangeven wanneer [eiser 2] zijn opleiding precies heeft afgerond en hoeveel vertraging hij in zijn opleiding heeft opgelopen door het coronavirus. Het lag naar het oordeel van de rechtbank op de weg van [eiser 2] om dit concreet te maken. De rechtbank kan met deze stand van zaken niet beoordelen of [eiser 2] – ongeacht de vraag of hij aan de brief van 4 mei 2021 een gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen – als gevolg van de opleidingsvertraging inderdaad financieel nadeel heeft ondervonden door het niet toekennen van een tijdelijke tegemoetkoming. De beroepsgrond slaagt alleen al daarom niet.