ECLI:NL:RBMNE:2024:1235
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling burgemeester na intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens pandverbod
Verzoekster werd bij besluit van 3 januari 2024 de toegang tot opvangvoorzieningen ontzegd vanwege alcoholgebruik, geweld en verbale agressie, zonder aanvankelijk alternatieve opvang te bieden. Zij maakte bezwaar en diende op 10 januari 2024 een verzoek om voorlopige voorziening in. De burgemeester voorzag op 11 januari 2024 alsnog in vervangende opvang, waarna verzoekster haar verzoek introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het pandverbod een bestuursrechtelijk besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro en dat de burgemeester dit onbevoegd namens het college had genomen. Omdat de burgemeester tegemoet was gekomen aan het verzoek door vervangende woonruimte te bieden, was sprake van gedeeltelijke tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb.
Er waren geen bijzondere omstandigheden die een proceskostenveroordeling zouden uitsluiten. Daarom werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, bestaande uit een bedrag van € 875,- voor de proceshandeling en € 187,- griffierecht. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 16 februari 2024.
Uitkomst: De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van € 875,- proceskosten en € 187,- griffierecht aan verzoekster.