ECLI:NL:RBMNE:2024:1185
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WIA-uitkering en arbeidsongeschiktheidspercentage door UWV
Eiser, werkzaam als medewerker algemeen schoonmaakonderhoud, is sinds 18 oktober 2018 ziekgemeld en ontvangt een WIA-uitkering. Het UWV stelde het arbeidsongeschiktheidspercentage per 30 juni 2022 vast op 43,78%, waartegen eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
De rechtbank constateert dat in de bezwaarfase ten onrechte geen hoorzitting heeft plaatsgevonden, terwijl eiser hierom had verzocht. Dit gebrek wordt echter gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro, omdat eiser in de beroepsprocedure alsnog de mogelijkheid heeft gehad zijn standpunten naar voren te brengen en daardoor niet is benadeeld.
Medisch onderzoek door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen is zorgvuldig uitgevoerd. De rapporten zijn consistent, bevatten geen tegenstrijdigheden en houden rekening met de psychische beperkingen en medicatiegebruik van eiser. De arbeidsdeskundige heeft op basis van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) geschikte functies geselecteerd, wat het vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage verklaart.
Eiser heeft onvoldoende medische onderbouwing geleverd om het oordeel van het UWV te betwisten. Ook de vermeende verslechtering van zijn gezondheidssituatie in 2023 is niet door het UWV ontvangen, waardoor geen nieuw besluit kon worden genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, veroordeelt het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser, en bevestigt de vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage van 43,78%.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 43,78% wordt bevestigd.