Uitspraak
21 2001 WIA
PROCESVERLOOP
W.L.J. Weltevrede.
OVERWEGINGEN
6 februari 2019. Dit rapport is voor de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkens het rapport van 25 november 2020 geen aanleiding geweest zijn standpunt te wijzigen.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig tolbeambte, kreeg een WGA-vervolguitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Hij stelde dat zijn beperkingen zwaarder waren dan door het UWV vastgesteld en liet een expertise verrichten door Ergatis. De rechtbank wees het beroep af, maar de Centrale Raad van Beroep volgde in hoger beroep de conclusies van Ergatis, die zwaardere beperkingen aannamen dan de UWV-functionele mogelijkhedenlijst (FML).
De Raad baseerde zich op het orthopedisch onderzoek van Pavlov en het verzekeringsgeneeskundig rapport van Blankenberg, waarin ernstige artrose en forse beperkingen in schouder- en nekbelasting werden vastgesteld. De Raad vond de motivatie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende om het oordeel van Ergatis te verwerpen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het UWV op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, met inachtneming van de bevindingen van Ergatis. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het UWV vernietigd en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de zwaardere beperkingen vastgesteld door Ergatis.