ECLI:NL:RBMNE:2023:974
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar Anw-uitkering en ongegrond verklaring beroep
Eiser was gehuwd met zijn echtgenote die binnen een jaar na het huwelijk overleed. Hij vroeg een Anw-uitkering aan, die bij besluit van 22 augustus 2011 werd afgewezen omdat het overlijden binnen een jaar na het huwelijk plaatsvond. Eiser diende in 2020 opnieuw een aanvraag in, waarna de Sociale Verzekeringsbank terugkwam op het eerdere besluit en met ingang van 1 september 2019 een Anw-uitkering toekende.
Eiser was het niet eens met de ingangsdatum en maakte bezwaar. Dit bezwaar werd deels niet-ontvankelijk verklaard (voor zover gericht tegen het besluit van 22 augustus 2011) en deels ongegrond (voor zover gericht tegen het primaire besluit). Eiser stelde dat het oorspronkelijke besluit niet was verzonden, maar de rechtbank oordeelde dat de ontvangst aannemelijk was gezien de toekenning van een halfwezenuitkering en eerdere aanvragen.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar tegen het besluit van 22 augustus 2011 te laat was ingediend en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Het beroep tegen het bestreden besluit werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank is ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.