ECLI:NL:RBMNE:2023:6405
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van appartement in Utrecht
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement in Utrecht, gesteld op €240.000, en vorderde een lagere waarde van €225.000. Verweerder handhaafde de waarde en onderbouwde dit met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare appartementen werden vergeleken.
Eiser stelde dat verweerder niet alle relevante stukken had verstrekt, waaronder taxatiekaarten met KOUDV- en liggingsfactoren, en dat de onderhoudstoestand en het voorzieningenniveau van het appartement onjuist waren beoordeeld. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende stukken had verstrekt en dat eiser zijn verzoeken niet tijdig had geuit, waardoor deze beroepsgronden buiten beschouwing werden gelaten.
De rechtbank vond de taxatiematrix overtuigend, mede omdat de referentiewoningen in hetzelfde complex lagen en recent waren verkocht. De onderhoudstoestand werd als 'normaal' beoordeeld, wat inhoudt dat geen direct onderhoud nodig is. De aanvullende verkoopcijfers van eiser werden als minder relevant beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de uitspraak op bezwaar blijft staan.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €240.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.