ECLI:NL:RBMNE:2023:6404
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning aan de [adres 1] te [woonplaats]
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning aan de [adres 1] te [woonplaats], vastgesteld op €432.000,- met waardepeildatum 1 januari 2021. Na afwijzing van het bezwaar stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde de taxatiematrix van verweerder waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen in dezelfde gemeente, en concludeerde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Eiser voerde onder meer aan dat een brandgang van 35 m² op het perceel buiten de waardering moest blijven, maar de rechtbank oordeelde dat dit reeds was meegenomen.
Verder werd het verzoek van eiser om aanvullende stukken op grond van artikel 40 Wet Pro WOZ buiten beschouwing gelaten vanwege strijd met de goede procesorde. De rechtbank oordeelde dat de taxatiematrix en toelichting voldoende inzicht boden in de waardebepaling.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de uitspraak op bezwaar in stand bleef en eiser het griffierecht niet terugkrijgt. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de WOZ-waarde van €432.000,-.