Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 november 2023 in de zaak tussen
verweerder
[werkneemster], uit [woonplaats] (werkneemster).
Rechtbank Midden-Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of werkneemster per 9 januari 2020 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, wat recht zou geven op een IVA-uitkering. Eiseres betoogt dat de arbeidsongeschiktheid duurzaam is vanwege zowel fysieke als mentale klachten, terwijl het Uwv dit ontkent en een WGA-uitkering toekent.
De rechtbank beoordeelt de medische rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die concluderen dat niet alle beperkingen duurzaam zijn. De fysieke beperkingen worden als deels tijdelijk gezien, met vooruitzicht op verbetering na fysiotherapie. Ook mentale klachten zijn volgens de arts niet duurzaam, omdat intensievere behandeling mogelijk is. De arbeidsdeskundige sluit hierbij aan en stelt dat werkneemster geschikt is voor enkele functies, waardoor geen sprake is van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.
Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk een motiveringsgebrek vertoonde, wordt dit met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat het niet aannemelijk is dat eiseres hierdoor is benadeeld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter S.C.A. van Kuijeren op 15 november 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen recht op een IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.