Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats 1] , eiser
De Minister voor Rechtsbescherming, verweerder
[Derde Partij]uit [woonplaats 2] (de moeder).
Procesverloop
Overwegingen
ten minstedrie maanden heeft samengeleefd in gezinsverband, welke drie maanden toentertijd afdoende waren om te voldoen aan het criterium van een vierde deel van de tijd samenwonend te zijn geweest zodat er naar het meerdere in de periode tot de geboorte van [minderjarige 2] niet gekeken hoefde te worden. De helft van de periode vanaf de geboorte van [minderjarige 1] tot de geboorte van [minderjarige 2] is (zie overweging 14) 231,5 dagen
plusde twee maanden na de geboorte van [minderjarige 2] (61 dagen) is in totaal 293 dagen. Dat is meer dan het aantal van in totaal 153 dagen waar verweerder vanuit is gegaan. Echter, ook dit aantal van 293 dagen is, zoals in het voorgaande reeds overwogen, niet voldoende om aan het criterium te voldoen van minimaal een vierde deel van de periode tot aan de verzorgingstermijn te hebben samengewoond. Zie overweging 14 en 15.