Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [verblijfplaats] ,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van aangifte (en de daarbij gevoegde bijlagen), houdende de verklaring van [slachtoffer 1] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven: [2]
proces-verbaal van aangifte, houdende de verklaring van [slachtoffer 2] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven: [3]
proces-verbaal van bevindingen (en de daarbij gevoegde bijlagen), inhoudende bewijsstukken huiselijk geweld, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , inhoudende, zakelijk weergegeven: [4]
proces-verbaal van aangifte, houdende de verklaring van [slachtoffer 3] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven: [7]
verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 22 september 2023, inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van aangifte, houdende de verklaring van [slachtoffer 2] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven: [9]
verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 22 september 2023, inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van aangifte, houdende de verklaring van [slachtoffer 3] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven: [10]
verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 22 september 2023, inhoudende, zakelijk weergegeven:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJEN
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 4 (vier) jaren;
een gedeelte van 1 (één) jaar, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijd van 3 (drie) jaren vast;
algemene voorwaardengelden dat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte gedurende de proeftijd:
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 500,00, bestaande uit een vergoeding van € 500,00 aan immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2023 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 5.000,00, bestaande uit een vergoeding van € 5.000,00 aan immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2023 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 5.000,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 60 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij [slachtoffer 3]
- wijst de vordering van [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van € 5.361,17, bestaande uit een vergoeding van € 361,17 voor materiële schade en € 5.000,00 voor immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2023 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [slachtoffer 3] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat € 5.361,17 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 61 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.