ECLI:NL:RBMNE:2023:3014
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar omgevingsvergunning inpandig dakterras
Eisers, wonend nabij een woning met een inpandig dakterras, maakten bezwaar tegen de door het college verleende omgevingsvergunning voor dit dakterras. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat eisers niet de rechtmatigheid van de vergunning betwistten, maar nadeelcompensatie wilden verkrijgen.
De rechtbank oordeelt dat het college bij een omgevingsvergunning voor bouwen gebonden is aan de limitatieve toetsingsgronden van artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo. Omdat het bouwplan niet in strijd is met deze gronden, is het college verplicht de vergunning te verlenen en is er geen ruimte voor een belangenafweging of toetsing aan het evenredigheidsbeginsel.
Hierdoor kan nadeelcompensatie niet via bezwaar of beroep worden verkregen, aangezien het schadeveroorzakende besluit een gebonden beschikking betreft. De rechtbank volgt de eisers niet in hun verwijzing naar recente jurisprudentie en bevestigt dat het college de vergunning niet aan het evenredigheidsbeginsel hoeft te toetsen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het griffierecht wordt niet teruggegeven. Eisers kunnen wel een afzonderlijk verzoek om nadeelcompensatie indienen buiten deze procedure.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard wegens ontbreken van procesbelang.