Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
De Staatssecretaris van Financiën/FIOD
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Inkomende rechtshulpverzoeken
Is het aannemelijk dat er meer stukken zijn?
Zijn de weigeringsgronden juist toegepast?
Uitgaande rechtshulpverzoekenIs het verzoek voldoende specifiek?
Is de zoekslag zorgvuldig uitgevoerd?
J5-documentenIs de zoekslag volledig uitgevoerd?
J5-partners. Als de stukken niet meer berusten bij het FIOD dan had van de staatssecretaris verwacht mogen worden dat hij al het redelijkerwijs mogelijke had gedaan om de documenten die wel bij het FIOD hadden behoren te berusten, te achterhalen.
J5-samenwerkingsverband. De staatssecretaris heeft zijn stelling dat er desondanks niks is aangetroffen in het bestreden besluit – en ook op de zitting – naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Daarbij komt dat de staatssecretaris ook in zijn algemeenheid niet heeft kunnen uitleggen hoe de informatie-uitwisseling in het kader van het J5 in zijn werk gaat, of er periodieke (bilaterale) overleggen worden gevoerd en of er agenda’s en verslagen van dergelijke overleggen beschikbaar zijn. Ook dergelijke correspondentie kan immers onder het verzoek van eiser vallen. De beroepsgrond slaagt.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 18 januari 2022, behalve voor zover openbaarmaking van het vertrouwelijk overgelegde rechtshulpverzoek is geweigerd;
- draagt de staatssecretaris op om binnen 6 weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen;
- bepaalt dat de staatssecretaris bij het nemen van het nieuwe besluit de aanwijzingen in acht moet nemen die in deze uitspraak zijn vermeld;
- draagt de staatssecretaris op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser te vergoeden.
mr.B.L. Kosterman-Meijer, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
23 juni 2023.