ECLI:NL:RBMNE:2023:2659
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
De heffingsambtenaar van de gemeente heeft de WOZ-waarde van een woning in Utrecht voor het belastingjaar 2022 vastgesteld op €518.000 naar de waardepeildatum 1 januari 2021. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €496.000 voor. Na bezwaar en het indienen van een beroepschrift is de zaak behandeld door de rechtbank.
De rechtbank heeft het taxatierapport van de heffingsambtenaar beoordeeld, waarin de woning is vergeleken met meerdere referentiewoningen die rond de waardepeildatum zijn verkocht. De rechtbank acht de gehanteerde vergelijkingsmethode en de selectie van referentiewoningen passend en voldoende onderbouwd. Argumenten van eiser over de onderhoudstoestand, gedateerde voorzieningen, energielabel en ligging nabij een school zijn door de rechtbank niet gevolgd.
Verder is het verweerschrift, ondanks dat het twee dagen te laat was ingediend, betrokken bij de beoordeling omdat dit niet in strijd was met de goede procesorde. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar zijn onderzoeksplicht heeft nageleefd en dat de WOZ-waarde niet naar willekeur is vastgesteld. Ook de stellingen van eiser over schending van het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel zijn verworpen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde van €518.000. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €518.000 wordt ongegrond verklaard.