ECLI:NL:RBMNE:2023:2425
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen herziening kindgebonden budget 2015 en proceskostenveroordeling
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiser tegen de herziening van het kindgebonden budget over 2015. Verweerder had op basis van een inkomensmelding uit de Basisregistratie Inkomen (BRI) het kindgebonden budget aangepast van €579 naar €2.424. Eiser betwistte het inkomensgegeven en stelde dat hij slechts €2.290 had verdiend, maar dit werd verworpen omdat het inkomensgegeven uit de BRI leidend is.
Eiser voerde voorts aan dat hij ten onrechte niet was gehoord in de bezwaarfase, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder de hoorplicht niet had geschonden omdat eiser niet tijdig had gereageerd op verzoeken om een hoorzitting en het bezwaar niet inhoudelijk had aangevuld binnen de gestelde termijn.
Ten slotte stelde eiser dat verweerder ten onrechte niet had beslist over zijn verzoek tot proceskostenvergoeding in bezwaar. De rechtbank constateerde een motiveringsgebrek maar paste artikel 6:22 Awb Pro toe en wees het verzoek af. Wel veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten in beroep (€837) en het griffierecht (€50). Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van het kindgebonden budget 2015 wordt ongegrond verklaard, met een proceskostenveroordeling ten gunste van eiser.