Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
- de schriftelijke vordering van de officier van justitie tot vaststelling van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat, tevens conclusie van eis, van 12 februari 2020;
- de conclusie van antwoord van de zijde van de verdediging van 15 maart 2020;
- de conclusie van repliek van de officier van justitie van 9 april 2020;
- de conclusie van dupliek van de zijde van de verdediging van 8 mei 2020;
- de overige stukken en de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting.
2.VORDERING
3.BEVOEGDHEID VAN DE RECHTBANK
4.BEOORDELING VAN DE VORDERING
- mensenhandel van [slachtoffer 3] in het jaar 2007 in België en Nederland en in de jaren 2008 tot en met 2010 in België en Bulgarije;
- mensenhandel van [slachtoffer 1] in de periode van 2003 tot en met 2009 in Nederland en België;
- mensenhandel van [slachtoffer 2] in de periode van 2005 tot en met 2007 in Nederland, België en Bulgarije.
€ 500,- per dag en van een werkweek van 6 dagen.