Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2023 in de zaak tussen
[eiser 2],
[eiser 5],
Rechtbank Midden-Nederland
Vergunninghouder vroeg een omgevingsvergunning aan voor het afmeren van een woonboot, het realiseren van een drijvende steiger, een golfbreker en twee parkeerplaatsen. Het college verleende deze vergunning met toepassing van de kruimelgevallenregeling, ondanks strijdigheid met het bestemmingsplan vanwege de omvang van de woonboot en de parkeerplaatsen.
Eisers voerden diverse beroepsgronden aan, waaronder het ontbreken van belang bij vergunninghouder, strijd met het gelijkheidsbeginsel, onjuiste toepassing van de kruimelgevallenregeling, strijd met het overgangsrecht, schending van de goede ruimtelijke ordening, en onaanvaardbare inbreuk op uitzicht en privacy. Ook werd aangevoerd dat de woonboot een obstakel vormt voor het vaarverkeer en dat sprake zou zijn van willekeur.
De rechtbank verwierp alle beroepsgronden. Het college had voldoende gemotiveerd waarom de vergunning niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en had de belangen van vergunninghouder en omwonenden zorgvuldig afgewogen. De tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan was terecht toegepast en het overgangsrecht was van toepassing. Ook was er geen sprake van bevoordeling of onaanvaardbare hinder.
De rechtbank concludeert dat het college binnen zijn beleidsruimte en in redelijkheid de omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het afmeren van de woonboot en bijbehorende voorzieningen wordt ongegrond verklaard.