ECLI:NL:RBMNE:2023:1001
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiseres tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, die was vastgesteld op €580.000,- voor het belastingjaar 2020. Eiseres stelde een lagere waarde van €569.000,- voor, maar heeft deze niet voldoende onderbouwd. De heffingsambtenaar maakte aannemelijk dat de waarde niet te hoog was vastgesteld aan de hand van een taxatiematrix met vergelijkbare woningen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar de bewijslast had voldaan en dat het beroep ongegrond was. Daarnaast behandelde de rechtbank het verzoek van eiseres om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep. De redelijke termijn was met ongeveer elf maanden overschreden, waarbij de rechtbank een vergoeding van €50 per half jaar passend vond, wat resulteerde in een schadevergoeding van €100.
De rechtbank verdeelde de aansprakelijkheid voor de termijnoverschrijding gelijkelijk tussen de heffingsambtenaar en de Staat. Omdat het bedrag van de schadevergoeding onder de drempel van €5.000 lag, werd de Minister van Justitie en Veiligheid niet in de gelegenheid gesteld verweer te voeren. Het verzoek om vergoeding van griffierecht en proceskosten werd afgewezen, aangezien het beroep ongegrond was en er geen redelijke kosten waren gemaakt voor de beoordeling van de schadevergoeding.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier A. Azmi op 15 februari 2023. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en er wordt een immateriële schadevergoeding van €100 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.