Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 maart 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- draagt de heffingsambtenaar op binnen zes weken na de dag nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken, of als hoger beroep wordt ingesteld na de dag nadat daarop is beslist, een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 272,73;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 727,27;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 48,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.082,-.