ECLI:NL:RBMNE:2022:5545
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening ingangsdatum WIA-uitkering bij bijzondere omstandigheden en verlate aanvraag
Eiser vroeg het UWV om terug te komen op de beëindiging van zijn Ziektewet-uitkering en om een WIA-uitkering toe te kennen met terugwerkende kracht. Het UWV kende een WIA-uitkering toe met 52 weken terugwerkende kracht vanaf 13 januari 2021, later bij bezwaar gewijzigd naar 4 januari 2018. Eiser stelde dat hij al vanaf 7 januari 2015 recht had op de uitkering.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een bijzonder geval, waarbij eiser niet verweten kan worden dat hij zijn aanvraag laat indiende. De rechtbank vindt het standpunt van het UWV tegenstrijdig omdat het enerzijds een bijzonder geval aanneemt, maar anderzijds de terugwerkende kracht beperkt vanwege vermeend verwijtbaar gedrag van eiser.
Gezien de omstandigheden, waaronder het feit dat eiser tot de herziening van zijn ZW-uitkering in de veronderstelling verkeerde dat hij de wachttijd van 104 weken niet had doorlopen, acht de rechtbank het passend dat de WIA-uitkering met terugwerkende kracht vanaf 7 januari 2015 wordt toegekend. Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV moet de WIA-uitkering met terugwerkende kracht vanaf 7 januari 2015 toekennen.