Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] )rende op mij af, waardoor ik mijn fiets op de grond gooide en wegrende. Toen ik stopte met rennen en mij omdraaide, waarschuwde ik [slachtoffer] van ‘dit wil jij niet en dit wil ik niet’, maar dit maakte geen indruk. Vervolgens haalde ik een mes tevoorschijn om hem af te schrikken, maar ook dit maakte geen indruk op hem. [slachtoffer] maakte een grijpende beweging naar mijn keel en/of hoofd en toen heb ik hem afgeweerd met een zwaaiende beweging naar zijn been en daarna naar zijn rechterarm. Als laatste maakte ik een zwaaiende beweging waarbij ik [slachtoffer] op zijn linkerarm raakte. Ik heb in totaal drie zwaaiende bewegingen richting [slachtoffer] gemaakt.
(de rechtbank begrijpt: [verdachte] , verdachte)de fiets liet vallen op straat. […] Ik zag dat hij een voorwerp uit zijn tasje haalde, wat uiteindelijk een mes betrof. Ik zag dat hij aan het drukken was aan de zijkant en dat er uiteindelijk een lemmet van voren uit kwam. Ik zag dus dat het een valmes of stiletto betrof. Ik vond het nog een redelijk groot mes van ongeveer 15 centimeter of meer. Ik zag dat [verdachte] van mij weg rende. Op het moment dat ik bij hem was, stopte hij en stonden we tegenover elkaar. Ik probeerde met mijn handen het mes of zijn rechterhand vast te pakken. Ik zag dat [verdachte] met het mes zwaaide en mijn linker bovenarm raakte. Ook maakte [verdachte] een hele rare beweging met het mes. Achteraf zag ik pas dat ik een flinke wond op mijn rechter bovenbeen aan de achterzijde had. Dit had ik niet gevoeld. Echter op dat moment dat ik het mes wilde pakken, zag ik mijn rechteronderarm bloeden en dat er stukken vlees uithingen. Op dat moment raakte ik in paniek dat de steekwond diep was. Mijn hele arm zat onder het bloed.
(de rechtbank begrijpt: [verdachte] , verdachte)aflopen, die liepen vervolgens achter elkaar aan een andere straat in. Toen kwamen zij voor een deur terecht en [verdachte] heeft iets uit zijn tasje gepakt en zwaaide daarmee richting [slachtoffer] .
(de rechtbank begrijpt: [verdachte] , verdachte)toe. [verdachte] rent weg. Daarna rende [slachtoffer] achter hem aan. Toen rende [verdachte] de zijstraat in. [slachtoffer] rende achter hem aan. Van waar ik stond heb ik dat gedeelte van die straat niet gezien.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
Ten aanzien van feit 1
: poging tot doodslag.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 15 maanden;
7 maandenvan de gevangenisstraf
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van drie jaarvast;