ECLI:NL:RBMNE:2022:4427
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Correcte evenredige berekening van maandinkomen bij winst uit onderneming volgens AIB
Eiser exploiteert een sportschool en ontving tot 6 juni 2020 een WGA-uitkering. Het UWV stelde vast dat eiser te veel uitkering ontving over de periode 1 januari tot 5 juni 2020, omdat zijn inkomsten hoger waren dan zijn WIA-maandloon. Het UWV berekende het maandinkomen door de winst uit onderneming over 2020 door twaalf te delen en evenredig toe te rekenen aan alle maanden.
Eiser betoogde dat deze berekening onredelijk was vanwege de coronacrisis en zijn arbeidsongeschiktheid in de eerste helft van 2020, waardoor hij toen nauwelijks inkomsten had. De rechtbank overwoog dat het AIB deze systematiek voorschrijft en alleen afwijking mogelijk is bij een kennelijk onredelijk resultaat. De rechtbank stelde vast dat het UWV het inkomen juist had berekend en dat het feit dat eiser na beëindiging van de uitkering meer verdiende geen reden was voor afwijking.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van een bijzondere situatie die een afwijking rechtvaardigt, mede omdat eiser coronasteun ontving die niet als inkomen werd meegeteld. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV-besluit is ongegrond verklaard en de berekening van het maandinkomen is bevestigd.