ECLI:NL:RBMNE:2022:3862
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en motiveringsgebrek in uitspraak op bezwaar
Eiseres betwist de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning per 1 januari 2020, gesteld op €236.000, en vordert een lagere waarde van €206.000. Verweerder handhaaft de waarde en onderbouwt deze met een taxatiematrix waarin de woning wordt vergeleken met referentiewoningen in dezelfde plaats.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede door een juiste toepassing van vergelijkingsmethode en indexeringspercentages. Eiseres voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met gedateerde voorzieningen, onderhoudstoestand, en verschillen met referentiewoningen, maar deze bezwaren worden verworpen.
Verder is vastgesteld dat de uitspraak op bezwaar een motiveringsgebrek vertoont doordat niet alle objectkenmerken en VVE-reserves inzichtelijk zijn gemaakt. Dit gebrek wordt echter gepasseerd omdat eiseres in beroep alsnog de benodigde informatie heeft kunnen inzien en daardoor niet in haar belangen is geschaad.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, draagt verweerder op het griffierecht te vergoeden en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg op 26 september 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard ondanks een motiveringsgebrek in de uitspraak op bezwaar.