Opposant had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. De rechtbank had het beroep op 31 maart 2022 niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, omdat een dwangsom nog niet volledig was verbeurd en het geschil nog zou voortduren.
Opposant ging hiertegen in verzet en stelde dat hij wel procesbelang had en dat de rechtbank ten onrechte geen zitting had gehouden. De rechtbank oordeelt dat het beroep niet zonder zitting had mogen worden afgedaan en dat procesbelang in beginsel blijft bestaan zolang er geen besluit is, ook als een dwangsom nog niet volledig is verbeurd.
De rechtbank verklaart het verzet gegrond, vernietigt de eerdere uitspraak en zal het beroep inhoudelijk behandelen. Tevens veroordeelt zij het college tot betaling van proceskosten aan opposant. Dit betekent dat de procedure wordt voortgezet en dat nog niet is beslist over de inhoud van het beroep.