ECLI:NL:RBMNE:2022:1882
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde vaststelling woning te Utrecht
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 1 april 2022 het beroep van eiser tegen de WOZ-waarde van zijn woning te Utrecht, vastgesteld op €455.000,- voor het belastingjaar 2021 met waardepeildatum 1 januari 2020. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Gooise Meren, had het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser stelde dat de indexeringspercentages onduidelijk waren, dat KOUDV- en liggingsfactoren niet waren vermeld en dat onvoldoende rekening was gehouden met het afnemend grensnut en de gedateerde voorzieningen van de woning. De rechtbank oordeelde dat verweerder in beroep voldoende inzicht had gegeven in de indexering en de toepassing van KOUDV- en liggingsfactoren, en dat eiser onvoldoende onderbouwing had geleverd voor de stellingen over het afnemend grensnut en de staat van onderhoud.
De rechtbank verwierp alle beroepsgronden en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. Schuman op 16 mei 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.