ECLI:NL:RBMNE:2022:1880
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning en toepassing indexering en koudv-factoren
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €565.000,- voor het belastingjaar 2021 met waardepeildatum 1 januari 2020. Verweerder heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld.
Eiser stelde dat de indexeringspercentages niet inzichtelijk waren gemaakt, waardoor een ongelijkwaardige procespositie ontstond. De rechtbank oordeelde dat verweerder in het verweerschrift en tijdens de zitting voldoende inzicht had gegeven in de gehanteerde indexering, waarbij een percentage van 6 à 7% was toegepast. De beroepsgrond werd verworpen.
Verder voerde eiser aan dat de koudv- en liggingsfactoren niet waren vermeld in het taxatieverslag. De rechtbank stelde vast dat deze factoren wel een rol speelden in de taxatiematrix die verweerder in beroep had overgelegd, en dat verweerder voldoende uitleg had gegeven over de gehanteerde correcties. Ook deze beroepsgrond werd verworpen.
Een nieuwe beroepsgrond over het afnemend grensnut werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Daarnaast wees de rechtbank de stelling van eiser dat een referentieobject een lagere waarde zou onderbouwen af wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning is ongegrond verklaard.