ECLI:NL:RBMNE:2022:1817
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid op peildatum en onduidelijkheid op 17-18-jarige leeftijd
Eiser, geboren in 1977, diende op 19 oktober 2020 een laattijdige aanvraag in voor een Wajong-uitkering, die werd afgewezen op grond van het feit dat hij op 19 oktober 2019 ten minste het minimumloon kon verdienen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde beperkingen vast, maar concludeerde dat deze niet leidden tot volledige arbeidsongeschiktheid. Eiser betwistte deze conclusie en verwees naar een medisch rapport van AREA uit 2019, maar de rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts dit rapport terecht niet volledig overnam vanwege ontbrekende medische informatie.
Daarnaast kon de belastbaarheid van eiser op 17- en 18-jarige leeftijd niet worden vastgesteld wegens onvoldoende medische gegevens. Eiser stelde dat hij toen volledig arbeidsongeschikt was, maar de rechtbank vond de aangevoerde stukken onvoldoende om dit te bewijzen. Ook het beroep op de Amber-regeling faalde omdat niet kon worden vastgesteld dat een toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na het 18e levensjaar voortkwam uit dezelfde ziekteoorzaak.
Ten slotte wees de rechtbank het verzoek tot proceskostenvergoeding af, omdat het bestreden besluit geen ander rechtsgevolg had dan het primaire besluit. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en hij kreeg geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wajong-aanvraag wordt ongegrond verklaard.