ECLI:NL:CRVB:2018:97
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering ondanks gewijzigde motivering
Appellante ontving sinds december 2012 bijstand op grond van de Participatiewet. Na een melding dat zij de geboorte van haar tweede kind niet had doorgegeven, voerde de sociale recherche een onderzoek uit. Dit leidde tot het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer om de bijstand met ingang van 1 september 2013 in te trekken en de kosten van bijstand over die periode terug te vorderen vanwege het niet melden van een gezamenlijke huishouding.
In de bezwaarprocedure wijzigde het college de motivering van het besluit: niet langer op grond van het niet melden van een gezamenlijke huishouding, maar vanwege het schenden van de inlichtingenplicht door het niet verstrekken van financiële gegevens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het college niet verplicht was het oorspronkelijke besluit te herroepen omdat het rechtsgevolg hetzelfde bleef. Ook wees de Raad het verzoek tot vergoeding van proceskosten af, omdat het besluit niet werd herroepen in de zin van de Awb en het college daarom niet gehouden was kosten te vergoeden.
De uitspraak bevestigt dat een gewijzigde motivering in bezwaar niet automatisch leidt tot herroeping van het primaire besluit en dat kostenvergoeding aan belanghebbenden beperkt is tot gevallen waarin het besluit wordt herroepen wegens onrechtmatigheid van het bestuursorgaan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het verzoek tot vergoeding van proceskosten af.