Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
Bankgarantie 7.1 Ten aanzien van de door huurder te stellen zekerheid geldt het bepaalde onder 8 van de algemene bepalingen. 7.2 Het onder 8.1 van de algemene bepalingen bedoelde bedrag wordt bij deze tussen partijen vastgesteld zegge DERTIGDUIZEND GULDEN waarvan f 15.000,-- als bankgarantie en f 15.000,-- vooruit zal worden betaald.”
“Onderhuur 3.1 Behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurder is het huurder niet toegestaan het gehuurde geheel of gedeeltelijk aan derden in huur, onderhuur of gebruik af te staan, ofwel de huurrechten geheel of gedeeltelijk aan derden over te dragen of in te brengen in een maatschap, vennootschap of rechtspersoon, dan wel de huurrechten, voor zover behorend tot een onverdeeldheid, toe te scheiden bij scheiding en deling daarvan. 3 2 Een door verhuurder gegeven toestemming is eenmalig en geldt niet voor andere of opvolgende gevallen.”
“veroordeelt [D] c.s. hoofdelijk tot het stellen van een onvoorwaardelijke bankgarantie van € 33.000,-- op straffe van een boete van £ 227,27 per dag vanaf 14 dagen na dit vonnis”De reconventionele vordering van [partij I] tot het plegen van onderhoud en huurprijsvermindering is eveneens afgewezen.
3.Het geschil
Het verstekvonnis
4.De beoordeling
In het incident
5.Beslissing
8 december 2021:
- voor een gelijktijdig door de beide partijen in te dienen akte zoals bedoeld in de rechtsoverweging 4.37;
- voor een gelijktijdig door beide partijen in te dienen akte als bedoeld in rechtsoverweging 4.9;