ECLI:NL:RBMNE:2021:5494
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoeker heeft bij uitspraak van 5 augustus 2021 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, dat door de voorzieningenrechter is afgewezen. Vervolgens heeft verzoeker bij brief van 11 augustus 2021 verzocht om herziening van deze uitspraak.
Op 28 september 2021 vond een zitting plaats via skype, waarbij beide partijen vertegenwoordigd waren. Verzoeker vroeg tevens om vrijstelling van griffierecht, welke werd toegekend omdat hij voldeed aan de voorwaarden.
De voorzieningenrechter overweegt dat een uitspraak van een voorzieningenrechter over een voorlopige voorziening in principe niet vatbaar is voor herziening, tenzij het een einduitspraak betreft. In dit geval is geen sprake van een einduitspraak, omdat het beroep van verzoeker niet is behandeld in de uitspraak van 5 augustus 2021.
Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om herziening niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak inzake voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard.