ECLI:NL:RBMNE:2021:5474
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens aannemelijke juiste WOZ-waardering woning
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een woning gelegen aan een adres te Utrecht, vastgesteld op €346.000,- voor het belastingjaar 2020. Eiser stelt dat de waarde te hoog is en pleit voor een lagere waarde van €311.000,-. Verweerder handhaaft de vastgestelde waarde en ondersteunt dit met een taxatierapport en taxatiematrix.
De rechtbank beoordeelt de aangevoerde bezwaren en stelt vast dat eiser onvoldoende heeft toegelicht waarom de bezwaargronden niet door verweerder konden worden gehandhaafd. Tevens is het verzoek om toezending van de taxatiematrix tijdens de bezwaarfase niet herhaald, waardoor dit beroepgrond buiten beschouwing blijft. Verweerder heeft de woning vergeleken met meerdere vergelijkbare woningen, rekening houdend met inhoud, perceelgrootte en een dakopbouw, en heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat de verkoopprijs van een door eiser aangevoerde vergelijkingswoning niet representatief is voor de marktwaarde, omdat deze lager is dan de andere vergelijkingsobjecten. De WOZ-waarde mag gebaseerd zijn op de hoogste verkoopprijzen van vergelijkbare woningen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €346.000,- blijft gehandhaafd.