ECLI:NL:RBMNE:2021:5472
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Lelystad
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning te Lelystad, welke door verweerder was vastgesteld op €359.000,-. Zij stelde een lagere waarde van €329.000,- voor en betwistte onder meer de gebruikte taxatiematrix en de vergelijkingsobjecten.
De rechtbank stelde vast dat eiseres tijdens de hoorzitting niet herhaaldelijk had gewezen op het ontbreken van de taxatiematrix, waardoor werd aangenomen dat zij deze niet meer nodig had. Verweerder had de waarde onderbouwd met een taxatiematrix en vergelijkingsobjecten die qua grootte, ligging en bouwjaar voldoende vergelijkbaar waren.
Eiseres voerde aan dat de ligging van haar woning minder gunstig was dan die van de vergelijkingsobjecten, maar verweerder toonde aan dat de liggingen vergelijkbare voor- en nadelen hadden en dat de verschillen geen significante waardevermindering rechtvaardigden.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de WOZ-waarde voldoende had onderbouwd en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €359.000,- wordt ongegrond verklaard.