ECLI:NL:RBMNE:2021:4789
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring sociale gronden wegens onvoldoende schrijnende situatie
Eiser vroeg een urgentieverklaring op sociale gronden aan vanwege onaangename geuren in zijn woning en overlast van de bovenbuurman. Verweerder wees de aanvraag af omdat deze omstandigheden niet voldeden aan de voorwaarden voor urgentie en de hardheidsclausule niet van toepassing werd geacht.
Eiser voerde aan dat de urgentieregeling in strijd was met de Huisvestingswet en dat verweerder onvoldoende had onderbouwd waarom de regeling noodzakelijk was. De rechtbank oordeelde dat de regeling niet in strijd is met hogere regelgeving en dat verweerder niet hoefde te onderbouwen wat hij doet om schaarste te voorkomen.
Verder stelde eiser dat zijn situatie schrijnend was en dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn psychische klachten en de belangen van zijn gezin. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende bijzondere omstandigheden had aangetoond om de hardheidsclausule toe te passen en dat verweerder het algemeen belang van een rechtvaardige woonruimteverdeling terecht zwaarder heeft gewogen.
Ten slotte concludeerde de rechtbank dat er geen strijd is met de Grondwet of internationale verdragen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.