ECLI:NL:RBMNE:2021:4781
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en verzoek tot herleving van IVA-uitkering wegens woonplaats in het buitenland
Eiser ontving een IVA-uitkering die per 1 maart 2019 werd beëindigd omdat hij niet in Nederland, maar in de Dominicaanse Republiek woonde, een uitsluitingsgrond volgens de Wet WIA. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en verzocht later om herleving van de uitkering vanaf 4 maart 2019. Het UWV wees dit verzoek af, stellende dat eiser geen recht had op herleving omdat de situatie niet was veranderd.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van eiser als een verzoek om herleving moest worden opgevat en niet als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit. De formele rechtskracht van het eerdere besluit liet volgens de rechtbank toe dat het verzoek om herleving inhoudelijk beoordeeld werd. De beoordeling werd beperkt tot de situatie op 4 maart 2019, de datum van het verzoek.
Uit het dossier bleek dat eiser sinds enkele jaren hoofdzakelijk in de Dominicaanse Republiek verbleef, waar ook het centrum van zijn maatschappelijke en sociale leven lag. Hoewel eiser op 4 maart 2019 in Nederland verbleef en bij zijn broer woonde, had hij geen eigen woonruimte en was hij niet op zoek naar een woning. De rechtbank vond dat de uitsluitingsgrond van niet in Nederland wonen op die datum van toepassing was.
Eiser voerde aan dat hij op de website van het UWV informatie had gelezen waaruit hij afleidde dat hij maximaal acht maanden per jaar in het buitenland mocht verblijven zonder zijn uitkering te verliezen. De rechtbank verwierp dit beroep op het vertrouwensbeginsel omdat de website slechts algemene informatie gaf en geen concrete toezegging vormde.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiser gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat eiser geen recht had op herleving. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat eiser op 4 maart 2019 niet in Nederland woonde.