Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 september 2021 in de zaak tussen
Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en
het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, verweerder
Inleiding
Vooraf
De beslissing op bezwaar van 26 mei 2020
Het bemesten van gronden
Voor het bemesten van landbouwgrond gelden wettelijk vastgelegde maximum hoeveelheden stikstof en fosfaat die mogen worden aangewend, zowel voor het totaal aan dierlijke mest en kunstmest, als voor het aandeel dierlijke mest. Dit is afhankelijk van het gewas, de grondsoort en eventuele derogatie. In de praktijk geldt dat agrariërs de toegestane totale gebruiksruimte voor hun landbouwgrond om bedrijfseconomische redenen volledig gebruiken. De hoeveelheid ammoniak die bij deze activiteit vrijkomt, is afhankelijk van de hoeveelheid en de soort mest en van de bemestingstechniek. De wettelijke gebruiksnormen voor gewassen zijn de afgelopen decennia voor alle gewassen verlaagd. Daarnaast zijn er in deze periode extra voorschriften gekomen voor het emissiearm aanwenden van mest.”
Het weiden van vee
Feitelijke situatie beweiden
Conclusie
- Is het grondgebruik van de veehouderij op enig moment na de referentiedatum gewijzigd van akkerland naar grasland? (overweging 33)
- Zijn er gronden van de veehouderij pas na de referentiedatum in gebruik genomen? (overweging 33)
- Zijn er contra-indicaties voor de aanname dat de veehouderij de aanwendingsnorm altijd maximaal heeft benut? (overweging 34)
- Stond het bestemmingsplan bemesten toe op de referentiedatum? (overweging 29)
- Worden de gronden van de veehouderij bemest met mest dat afkomstig is van een ander bedrijf? (overweging 44)
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 26 mei 2020;
- draagt gedeputeerde staten op het betaalde griffierecht van € 354,- aan MOB en Leefmilieu te vergoeden;
- veroordeelt gedeputeerde staten in de proceskosten van MOB en Leefmilieu tot een bedrag van € 1.496,-.