ECLI:NL:RBMNE:2021:4152
Rechtbank Midden-Nederland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Instructievonnis over status ontbinding vennootschap en vervolgprocedure
In deze civiele procedure tussen een eisende partij en een besloten vennootschap (gedaagde partij) heeft de kantonrechter een instructievonnis gewezen over de status van de vennootschap. De eisende partij stelde dat uit het Handelsregister blijkt dat de vennootschap is ontbonden en opgeheven, waardoor de procedure geschorst zou moeten worden.
De gedaagde partij betwistte deze stelling en verwees naar een misverstand met haar boekhouder, onderbouwd met producties die zij echter niet tijdig had ingediend. De kantonrechter constateerde dat zonder deze stukken geen oordeel kon worden gegeven over het voortbestaan van de vennootschap.
Daarom werd de gedaagde partij in de gelegenheid gesteld alsnog de relevante stukken in te brengen en te reageren op de stellingen van de eisende partij. Vervolgens krijgt de eisende partij de mogelijkheid om hierop te reageren. De procedure wordt aangehouden totdat deze stukken zijn ingebracht en beoordeeld.
De kantonrechter legde uit dat het accepteren van deze aanvullende stukken ondanks eerdere mededelingen over het niet meer ontvangen van stukken, gerechtvaardigd was vanwege de mogelijke verstrekkende gevolgen voor de procedure. De zaak is verwezen naar een rolzitting voor het nemen van de stukken en verdere procedurele stappen.
Uitkomst: De procedure wordt aangehouden totdat de gedaagde partij stukken over de ontbinding van de vennootschap heeft ingediend en partijen hierop hebben kunnen reageren.