ECLI:NL:RBMNE:2021:3564
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning te Utrecht
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Utrecht, vastgesteld op €476.000 naar waardepeildatum 1 januari 2019. Verweerder handhaafde deze waarde en onderbouwde dit met een taxatiematrix en een taxatierapport.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de bewijslast voldoende had vervuld om aan te tonen dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De taxatiematrix maakte inzichtelijk dat de woning werd vergeleken met referentiewoningen van hetzelfde type, waarbij rekening was gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceeloppervlakte.
Eiser voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met niet-geïsoleerde muren, achterstallig schilderonderhoud en de staat van onderhoud, maar de rechtbank vond dat de taxateur de woning als voldoende onderhouden had gekwalificeerd. Ook werden de door eiser aangevoerde lagere verkoopprijzen van vergelijkbare woningen niet als doorslaggevend geacht omdat deze referenties niet altijd relevant of tijdig waren.
Verder stelde eiser dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd, maar de rechtbank vond dat verweerder adequaat op de bezwaren was ingegaan. Gezien deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de vastgestelde WOZ-waarde.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €476.000 wordt ongegrond verklaard.