Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
8 juli 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres ontvangt sinds 2011 bijstand op grond van de Participatiewet. Verweerder startte een onderzoek naar haar woon- en leefsituatie en ontdekte periodieke bijschrijvingen op de bankrekeningen van haar minderjarige kinderen. Omdat eiseres deze inkomsten niet had gemeld, herzag verweerder de bijstand en vorderde te veel ontvangen bedragen terug.
Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij niet redelijkerwijs over de tegoeden op de rekeningen van haar kinderen kon beschikken en dat het spaargeld bedoeld was voor de kinderen. De rechtbank stelde vast dat eiseres in 2019 wel degelijk geld van deze rekeningen gebruikte voor boodschappen, wat impliceert dat zij over de gelden kon beschikken.
De rechtbank oordeelde dat eiseres haar inlichtingenplicht heeft geschonden door deze inkomsten niet te melden. De periodieke bijschrijvingen worden volgens vaste rechtspraak aangemerkt als inkomsten in de zin van de Participatiewet. Daarom is de herziening en terugvordering terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.